EH Main
  Nat Emissiehandel
  int Nationaal
  Doc Internationaal
  Documentatie
  Links
   
   
Related Documents
   
   
  Kyoto Protocol
   
  Richtlijn 2003/87/EG
 
 
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   
   

 

    Index Point Carbon
sb Indices

 

  

 

 

 

Emissiehandel

 

     
 
  Achtergrond

Door wetenschappers is een radicale temperatuurstijging gesignaleerd als gevolg waarvan zich klimatologische veranderingen voor zouden doen. Deze temperatuurstijging is toegeschreven aan de grote hoeveelheden broeikasgassen die door onder andere fabrieken worden uitgestoten in het kader van het productieproces. In verscheidene alarmerende rapporten is naar voren gekomen dat de temperatuur op aarde met 1,4 tot 5,8 graden Celsius zou zijn gestegen in het jaar 2100 indien niets gedaan zou worden aan de overmatige uitstoot van broeikasgassen.

In 1992 is een groot aantal landen bijeen gekomen om deze klimatologische dreiging af te wenden door middel van de "United Nations Framework Convention on Climate Change". Dit niet-bindende verdrag behelst een aanvaarding van de noodzaak om stappen te ondernemen tegen de dreigende klimaatsverandering. Deze UNFCCC vormt een raamwerk dat haar structuur verkrijgt door de vaststelling van verscheidene protocollen waaronder het beroemde Kyoto Protocol. Verder dient de UNFCCC als internationaal platform waar aangesloten landen middels jaarlijkse conferenties ("Conference of the Parties) (CoP)) overleggen over de te nemen maatregels in het kader van de reductie van broeikasgassen.

Zoals eerder vermeld speelt met name het Kyoto Protocol een grote rol in de vorming van broeikasgasemissie reducerende maatregels. Het Kyoto Protocol is een bindend verdrag waarin normen en streefwaarden zijn vastgelegd ten aanzien van de Partijen die het protocol hebben ondertekend. In het Kyoto Protocol zijn 3 mechanismen opgenomen aan de hand waarvan de genoemde streefwaarden gehaald kunnen worden waaronder de "handel in emissierechten".

 

 
 
 
Kyoto Mechanismen
 
 

Op grond van het Kyoto Protocol zijn drie mechanismen voorgesteld waarmee de beoogde reducties totstand moeten komen:

- Clean Development Mechanism (CDM)

- Joint Implementation (JI)

- Emission Trade (ET)

In het kader van de handel in emissierechten vormt "emission trade" de basis. Op grond van

 

artikel 17 Kyoto Protocol mogen Annex I Partijen met elkaar handelen in emissierechten. Dit artikel vormt een raamwerk dat verder ingevuld zou worden door beslissingen van de CoP.

Ieder bedrijf (instelling) dat broeikasgassen uitstoot krijgt op grond van het nationaal allocatie plan een bepaald aantal emissierechten toegewezen. Indien het bedrijf meer broeikasgassen uitstoot dan het emissierechten heeft, zal het genoodzaakt zijn emissierechten bij te kopen. Daarentegen zal het bedrijf emissierechten kunnen verkopen indien het minder broeikasgassen uitstoot. Hoop en verwachting is dat bedrijven zullen investeren in nieuwe technologieen waarmee zij hun emissies kunnen reduceren en zodoende emissierechten overhouden waarmee zij kunnen handelen. Het volgende kan als voorbeeld dienen:

Door een overheid wordt bepaald dat de uitstoot van een bepaald broeikasgas met 10% gereduceerd moet worden. Twee bedrijven (A en B) emitteren een substantiële hoeveelheid van dit gas en vallen zodoende onder de beperkende maatregel. Voor de hand liggend is dat de bedrijven ieder hun uitstoot met 10% reduceren. In de praktijk blijkt echter dat deze beperkende maatregels meer belastend zijn voor het ene bedrijf dan voor het andere. Gevolg hiervan is dat het ene bedrijf (bedrijf A) op eenvoudigere (en goedkopere) wijze aan zijn verplichting zal kunnen voldoen dan het andere bedrijf (bedrijf B).

Nadat de overheid een quotum heeft vastgesteld wordt deze onderverdeeld in een aantal emissierechten, welke vervolgens worden toebedeeld aan de verschillende bedrijven. Deze emissierechten zijn vrij verhandelbaar zodat er een markt tot stand kan komen.

In tegenstelling tot bedrijf B, zal bedrijf A op een relatief goedkope manier aan zijn verplichting kunnen voldoen. Bedrijf A zal deze emissiereductie met 10% of meer kunnen realiseren. Indien bedrijf A namelijk een emissiereductie van 20% realiseert zal het de resterende 10% kunnen verkopen aan bedrijf B. De prijs van deze emissierechten zal liggen tussen de kosten die A heeft moeten maken om de reductie te realiseren en de kosten die B had moeten maken indien het zelf de reductie had moeten doorvoeren.

Een simpel cijfervoorbeeld:

•  Bedrijf A heeft een uitstoot van 50.000 ton

•  Bedrijf B heeft een uitstoot van 100.000 ton

•  Beide bedrijven dienen hun uitstoot met 10% te reduceren zodat A 45.000 ton zal mogen uitstoten en B 90.000 ton

•  Stel dat een reductie van 10% voor bedrijf A € 10.000 kost (€ 2,00/ton)

•  Stel dat een reductie van 10% voor bedrijf B € 50.000 kost (€ 5,00/ton)

Indien beide bedrijven hun reductie zelf bekostigen zal het totale bedrag voor emissiereductie uitkomen op € 60.000. Dit zal anders zijn indien de emissierechten verhandeld worden tussen bedrijven.

Zoals boven getoond zal A zijn emissie verder reduceren dan vereist is.

•  Bedrijf A reduceert zijn emissie met 10.000 ton

•  Bedrijf B reduceert zijn emissie slechts met 5.000 ton en koopt van A nog eens 5.000 ton

•  Bedrijf A moet voor de reductie een prijs betalen van € 20.000

•  Bedrijf B moet voor de reductie een prijs betalen van € 25.000 plus het bedrag dat B aan A zal moeten betalen. Dit bedrag zal liggen tussen € 2,00/ton en € 5,00/ton.

•  Aangenomen wordt dat bedrijven A en B de prijs voor een eenheid emissiereductie vaststellen op € 3,50/ton. Bedrijf B zal voor de te kopen emissierechten een bedrag van € 17.500 moeten betalen.

•  Bedrijf A heeft voor de reductie moeten betalen: € 20.000 - € 17.500 = € 2.500

•  Bedrijf B heeft voor de reductie moeten betalen: € 25.000 + € 17.500 = € 42.500

Als gevolg van de handel in de emissierechten zijn de kosten voor de emissiereductie verminderd met € 15.000 (€ 60.000 - € 45.000).

 

 

     
  Aan de geindustrialiseerde landen zijn zogenaamde Assigned Amount Units (AAU's) toegekend waarbinnen de landen broeikasgassen mogen uitstoten. Deze AAU's zijn vrij verhandelbaar. Op grond van artikel 3, par. 7 en 8 wordt de "assigned amount" berekend door het reductiepercentage (Annex B bij het Kyoto Protocol) van de Annex I Partij te vermenigvuldigen met factor 5.  
     
 

Partijen dienen zelf aan te geven door welke bronnen antropogene gassen worden uitgestoten op het grondgebied van de Annex I Partij en of er zogenaamde "sinks" aanwezig zijn die broeikasgassen uit de atmosfeer verwijderen. Een bos is bijvoorbeeld een dergelijke sink.

Partijen mogen een zogenaamde "bubble" vormen waarbij zij hun Kyoto doelstellingen gezamenlijk mogen voldoen (artikel 4 Kyoto Protocol). De oorspronkelijke 15 lidstaten van de Europese Unie hebben een dergelijke "bubble" gevormd.

 
     
  Nog voor het intreden van het Kyoto Protocol heeft de Europese Unie onder de naam European Union Emission Trading Scheme (EU ETS) de mogelijkheid gecreeerd om binnen de EU te handelen in emissierechten. De EU ETS is op grond van Richtlijn 2003/87/EG totstand gekomen.  
     
     
  Iedere lidstaat dient een Nationaal Allocatieplan op te stellen waarin wordt gerapporteerd hoeveel broeikasgas op het grondgebied van de betreffende lidstaat wordt uitgestoten en hoeveel broeikasgas door elk van de emitterende installaties wordt uitgestoten. Op grond van het NAP wordt aan elke lidstaat een bepaalde hoeveelheid emissierechten toegewezen die door de lidstaat verder wordt verdeeld over de emitterende instellingen. Nederland heeft in totaal voor de periode 2005-2007 336 000 000 CO2-eq toegewezen gekregen.  
     
     
  Op grond van artikel 2 van het Nationale Toewijzingsbesluit bedraagt de emissieruimte voor Nederland 286 466 957 voor de planperiode 2005-2007. Per jaar wordt aan de installaties een emissieruimte van 92 674 735 verstrekt. Op de totale emissieruimte van 336 000 000 zijn een aantal correcties toegepast zodat 286 466 957 overblijft als emissieruimte.  
     
  Tevens wordt uit het totaal aantal emissierechten een emissierechtendepot aangehouden waaruit aan "nieuwkomers" emissierechten kunnen worden verstrekt. Dit depot omvat een emissieruimte van 8 442 752 voor de planperiode.  
     
     
     
     
   

 

 
     
  Juridisch
     
  - Kyoto Protocol
    - Emission trade
    - CDM
    - JI
    - Registers
    - Contracten
     
     
     
   
    - Nationale Allocatie Plannen