EH Main
  Nat Emissiehandel
  int Nationaal
  Doc Internationaal
  Documentatie
  Links
   
   
Related Documents
   
  Amendement van Richtlijn 2003/87/EG (T6-0333/2008)
 
 
   
 
 
   
  IPCC Summery Aviation
 
 
  Giving wings to emission trading
 
 
  Commission, COM(2005), 459 final, 27.9.2005
 
 
   

  

 

 

 

Luchtvaart

 

     
 
 
Luchtvaart betrokken bij emissiehandel
(2009)
 
Op grond van de Europese Richtlijn 2003/87/EG, is in 2005 de handel in emissierechten ingevoerd in de Europese Unie. Op 20 december 2006 is door de Europese Commissie een voorstel tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG opgesteld, op grond waarvan de luchtvaartsector zou worden betrokken in de handel in emissierechten. Omtrent het voorstel is op 8 juli 2008 overeenstemming bereikt in het Europees Parlement.
 
Doelstelling
De gewijzigde richtlijn beoogt de luchtvaartsector vanaf 2012 te betrekken in de handel in emissierechten. In de periode van 1 januari 2012 t/m 31 december 2012 zal aan de luchtvaartexploitanten het aantal emissierechten worden toegewezen dat een equivalent is van 97% van de uitstoot over de historische emissiejaren. In de periodes vanaf 1 januari 2013 zal dit percentage 95 % van de uitstoot over de historische emissiejaren. Dit laatste percentage zal mogelijk worden aangepast. Van deze toe te wijzen emissierechten zal 15 % worden geveild. Verder zal van het beschikbare aantal emissierechten 3% worden gereserveerd voor zogenaamde nieuwkomers en ‘extreme groeiers’.
 
Op welke vluchten van toepassing
 

De Europese emissiehandel zal van toepassing zijn op alle vluchten die aankomen of vertrekken van een luchthaven die ligt op het grondgebied van een Europese lidstaat. Een aantal vluchten en luchtvaartexploitanten zijn van deze algemene regel uitgezonderd:

a) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd voor het vervoer op een officiële      dienstreis van een regerend vorst en zijn directe familie, staatshoofden, regeringsleiders en ministers van de regering van een ander land dan een lidstaat, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan;
b) militaire vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen en douane- en politievluchten;
c) vluchten in verband met opsporing en redding, vluchten in het kader van brandbestrijding, humanitaire vluchten en medische noodvluchten waarvoor toestemming is verleend door de ter zake bevoegde autoriteit;
d) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd volgens zichtvliegvoorschriften als bedoeld in bijlage 2 bij het Verdrag van Chicago (VFR);
e) vluchten die eindigen op het luchtvaartterrein van waar het luchtvaartuig is opgestegen en tijdens welke geen tussenlanding is gemaakt;
f) lesvluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel het behalen van een vliegbrevet, of van een bevoegdverklaring in het geval van cockpitpersoneel, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige opmerking in het vluchtplan, met uitzondering van vluchten die dienen voor het vervoer van passagiers en/of lading en van veerdienstvluchten en positioneringsvluchten;
g) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel wetenschappelijk onderzoek of het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of van grond- of boordapparatuur; en
h) vluchten die worden uitgevoerd door luchtvaartuigen met een gecertificeerde maximumstartmassa van minder dan 5 700 kg;
i) vluchten, uitgevoerd in het kader van de openbaredienstverplichtingen die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2408/92 worden opgelegd op routes in de ultraperifere gebieden zoals gedefinieerd in artikel 299, lid 2, van het Verdrag of op routes waar de aangeboden capaciteit 30 000 zitplaatsen per jaar niet overschrijdt; en
j) vluchten die zonder dit punt onder deze activiteit zouden vallen, uitgevoerd door commerciële luchtvervoersondernemingen die
– gedurende drie opeenvolgende periodes van vier maanden minder dan 243 vluchten per periode uitvoeren; of
– vluchten met een totale emissie van minder dan 10 000 ton per jaar uitvoeren.
Vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd voor het vervoer op een officiële dienstreis van een regerend vorst en zijn directe familie, staatshoofden, regeringsleiders en ministers van een regering van een EU-lidstaat, mogen krachtens dit punt niet worden uitgesloten.

 
Tijdspad

Luchtvaartexploitanten kunnen een verzoek indienen bij de betreffende lidstaat teneinde emissierechten kosteloos toegewezen te krijgen. Een verzoek om emissierechten toegewezen te krijgen, dient 21 maanden voor de start van de emissieperiode te worden ingediend. Het verzoek dat door de betreffende luchtvaartexploitant wordt ingediend bevat de geadministreerde en geverifieerde ton-kilometer data betreffende het kalenderjaar dat 24 maanden ligt voor de start van de emissieperiode waarvoor het verzoek is ingediend (artikel 3e Richtlijn). Dit jaar waarover de gegevens verstrekt moeten worden wordt aangeduid als het ‘monitoringsjaar’. Ten aanzien van de handelsperiode die van start gaat op 1 januari 2012 heeft het jaar 2010 als monitoringsjaar te gelden. Het verzoek met betrekking tot de handelsperiode van het jaar 2012,  dient uiterlijk op 30 maart 2011 ingediend zijn.

De ingediende verzoeken moeten door de lidstaten 18 maanden voor de start van de handelsperiode ter goedkeuring voorgelegd worden aan de Commissie. Tenminste 15 maanden voordat de handelsperiode van start gaat zal de Commissie een beslissing geven omtrent de aanvraag, ten aanzien van de totale hoeveelheid emissierechten die wordt toegewezen, de hoeveelheid emissierechten die kosteloos wordt toegewezen, en de wijze van berekening die aan de toewijzing van kosteloze emissierechten ten grondslag ligt.

Binnen drie maanden nadat de commissie een beslissing heeft genomen, zal door de lidstaten worden gepubliceerd hoeveel emissierechten daadwerkelijk aan de betreffende individuele luchtvaartmaatschappijen zal worden toegekend. Op 28 februari van elk jaar in de handelsperiode zullen de emissierechten op de rekeningen van de betreffende luchtvaartmaatschappijen worden bijgeschreven. Een jaar later, op 30 april van elk jaar in de emissieperiode, dienen de emissierechten te worden ingediend teneinde de uitstoot van het voorgaande jaar te dekken.

 
Wijze van berekening CO2 uitstoot

De uitstoot van CO2 gassen zal als volgt worden berekend:

Brandstof consumptie x emissiefactor = emissie

brandstofconsumptie

Hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks van het luchtvaartuig na het tanken voor de vlucht – hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks van het luchtvaartuig na het tanken voor de volgende vlucht + hoeveelheid getankte brandstof voor die volgende vlucht.

emissiefactor

Het wetenschappelijke bureau van de UNFCCC, de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), heeft in 2006 een rapport uitgebracht met de emissiefactoren van de verschillende brandstoffen, 2006 IPCC Inventory Guidelines (vol. 2 Energy, chapter 3 Mobile Combustion), die als standaard hebben te gelden als emissiefactor. Van deze standaarden kan slechts afgeweken worden indien de emissiefactor van de gebruikte kerosine wordt berekend door een onafhankelijk wetenschappelijk laboratorium.

 
Aan wie wordt gerapporteerd

In artikel 18a van de Richtlijn is bepaald bij welke lidstaat de luchtvaartexploitant haar emissiegegevens dient te administreren. De lidstaten van de Europese Unie hebben elk een nationaal emissieregister waarin de emissierechten, alsmede de geverifieerde emissiegegevens dienen te worden geregistreerd. Wanneer de luchtvaartexploitant een exploitatievergunning  heeft verkregen van een lidstaat, zal ook de rapportage omtrent de luchtvaartemissies aan diezelfde lidstaat moeten worden gedaan. In alle andere gevallen zal gerapporteerd moeten worden aan de lidstaat op wiens (grond)gebied de meeste luchtvaartemissies plaatsvinden door de betreffende vluchten van een luchtvaartexploitant.

 
Sancties

Wanneer op 30 april van het betreffende emissiejaar onvoldoende emissierechten worden ingediend, zal de luchtvaartexploitant een boete moeten betalen van € 100,-- per ton CO2 die teveel is uitgestoten. Daarnaast zal de betreffende luchtvaartexploitant het volgende emissiejaar dat tekort alsnog moeten aanvullen, door bijvoorbeeld emissierechten bij te kopen.
In het uiterste geval is het zelfs mogelijk dat de luchtvaartexploitant de betreffende vluchten niet langer mag uitvoeren. De lidstaat die deze vergaande maatregel aan een luchtvaartexploitant wil opleggen, zal dat eerst aan de Europese Commissie moeten voorleggen (artikel 15 lid 4 en 5 Richtlijn).

 
 
 
 
(2006)
 
 

Momenteel is de luchtvaartsector niet gebonden aan de doelstellingen van het Kyoto Protocol.

 
 

De wens is echter sterk aanwezig ook de luchtvaart onder het bereik van emissiereducerende maatregelen te brengen. In een rapport van IPCC (Special Report on Aviation and the Global Atmosphere, 1999) komt naar voren dat

  • vliegtuigen verantwoordelijk zijn voor 3,5% van de totale mondiale uitstoot van broeikasgassen
  • vliegtuigen deeltjes uitstoten die condensatiestrepen veroorzaken en mogelijkerwijs de vorming van cirruswolken doen toenemen.

 

 

 

  Het is echter niet eenvoudig te bepalen op welke wijze de uitstoot van een internationale vlucht  
verdeeld dient te worden over de landen waarover het vliegtuig vliegt.
 
 
 
  De Commissie heeft een Communication (COM (2005) 459 Final, 27.9.2005) uitgevaardigd die een basis moet bieden voor discussies omtrent de invoering van luchtvaart emissierechten in de Europese emissiehandel.  
  Een eenvoudig middel om de emissie van vliegtuigen terug te dringen zou een heffing op  
  vluchten zijn. Op grond van Richtlijn 2003/96/EC zou een dergelijke heffing reeds mogelijk zijn  
op binnenlandse vluchten. Een dergelijke heffing is ingevoerd door landen als de VS, Japan en India. Als enige lidstaat van de EU heeft Nederland zich voorgenomen een dergelijke heffing in te voeren.
De Commissie heeft laten onderzoeken of en op welke wijze een luchtvaart emissierecht zou zijn
te implementeren in de EU ETS. Hiervan is een rapport gepubliceerd in juli 2005.
 
De Commissie zal de "Aviation Working Group" oprichten die zal werken onder de
"European Climate Change Programme". Deze werkgroep heeft de opdracht te bezien op welke wijze de allocatie van emissierechten aan de luchtvaart dient te worden geimplementeerd. Niet later dan 30 april 2006 zal deze werkgroep komen met een rapport.
De Commissie proberen met een wetgevingsvoorstel te komen eind 2006.
     
     
     
European Commission Transport

De Europese Commissie heeft 4 kerntaken geformuleerd waarmee aspecten van het milieu dienen te worden geïntegreerd in de luchtvaart sector:

  • Bevorderen van milieuvriendelijke technieken ten aanzien van het verminderen van de uitstoot van gassen en geluid.
  • Stimuleren van initiatieven vanuit de markt.
  • Assisteren van luchthavens bij hun milieutechnische doelstellingen.
  • Ontwikkelen van technieken die op lange termijn bevoorderlijk zijn (Research and Development).

Deze kerntaken zijn verder uitgewerkt in een Com-document van de Commissie "Air transport and the Environment. Towards meeting the Challenges of Sustainable Development" (COM (1999) 640).

De Europese Commissie heeft het Delftse CE verzocht te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de emissiereductie van het luchtverkeer te bewerkstelligen. De bevindingen zijn beschreven in het rapport "Economic incentives to mitigate greenhouse gas emissions from air transport in Europe", Delft, July 2002.

In juli 2005 heeft de CE een rapport geschreven waarin mogelijkheden worden geanalyseerd om de luchtvaartsector te betrekken in de handel in emissierechten. "Giving wings to emissiontrading", Delft, July 2005.

 

International Civil Aviation Organization (ICAO)
 
     
     
     
  Artikelen  
     
  - Hotspot, May 2005: Ready for Take Off: Aviation Climate Policy from Can Europe.  
     
     
     
     
  Links:  
     
  - European Federation for Transport and Environment (T & E)  
     
  - International Civil Aviation Organisation (ICAO)  
     
     
   

 

 
     
  Juridisch
     
  - Kyoto Protocol
    - Emission trade
    - CDM
    - JI
    - Registers
    - Contracten
     
     
     
     
    Contact CO2-E.nl