EH Main
  Nat Emissiehandel
  int Nationaal
  Doc Internationaal
  Documentatie
  Links

 

    Index Point Carbon
sb Indices

 

     
  Rechtspraak Raad van State  
     
 
 
Bestuurlijke Lus
 
Op grond van artikel 20.1, Wet Milieubeheer kan een belanghebbende installatie een beroep instellen tegen het Nationale Toewijzingsbesluit op grond waarvan emissierechten worden toegewezen aan individuele instellingen (bedrijven). Achttien weken na sluiting van de beroepstermijn en na sluiting van het onderzoek doet de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State een tussenuitspraak in de aanhangige zaak. Doel van deze tussenuitspraak is om de Minister van VROM en de Minister van Economische Zaken de gelegenheid te bieden om de gebreken in het Nationale Toewijzingsbesluit te herstellen (art. 20.5a, Wet Milieubeheer). Indien gewacht zou worden tot een einduitspraak zou tegen het gewijzigde besluit opnieuw rechtsbescherming openstaan.
Slechts de individuele toewijzing van emissierechten staat open voor beroep. Andere bepalingen van het Nationaal Allocatieplan zoals de totale emissieruimte voor Nederland staat niet open voor beroep.
 
 

Belanghebbende

De belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken (art. 1:2, Algemene Wet Bestuursrecht). Een beroep tegen het Nationaal Toewijzingsbesluit moet derhalve ingesteld worden door de instelling die de emissierechten toegewezen heeft gekregen.

Hierbij dient de kanttekening geplaatst te worden dat Branche-organisaties niet altijd aangemerkt worden als belanghebbenden indien zij een beroep instellen namens hun leden. De statuten van een Branche-organisatie dienen dusdanig te overlappen met de belangen van een individueel bedrijf dat gesproken kan worden van directe of dreigende aantasting van het collectieve belang van de branche-organisatie (zaak 200201630/1 (JB 2002/330)). Raadzaam is derhalve het beroep te laten instellen door de individuele instelling die feitelijk en direct de CO2 emitteert opdat juridisch technische complicaties voorkomen worden.

 
 
Gronden voor toekenning
 
De ABRvS heeft een aantal beroepen gehonoreerd op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat besluiten van bestuursorganen worden genomen nadat alle belangen van betrokken partijen zorgvuldig zijn overwogen. Indien zich bijvoorbeeld calamiteiten hebben voorgedaan in de referentiejaren 2001-2002 aan de hand waarvan is bepaald hoeveel emissierechten de betreffende installatie wordt toegekend, is de overheid gehouden rekening te houden met die omstandigheden die wellicht de productie hebben beinvloed. In een aantal sitauties is gebleken dat de overheid hiermee echter te weinig rekening heeft gehouden.
Het motivatiebeginsel houdt in dat de bestuursorganen hun besluiten zorgvuldig dienen te motiveren. Wanneer een bezwaar wordt ingebracht door een belanghebbende kan dit bezwaar worden verworpen indien dat wordt onderbouwd met een goede motivatie.
 
 
 
 
 
     
  Juridisch
     
  - Kyoto Protocol
    - Emission trade
    - CDM
    - JI
    - Registers
    - Contracten
    - Rechtspraak RvS
     
     
     
     
     
     
     
    Contact:
     
    co2-e@co2-e.nl
     
   
   
Related Documents